Een realiteit in serieuze nonsens - 13733

“Ik zou jouw gezicht willen zien bij het lezen van mijn absurde verhalen”, dacht ze bij zichzelf. In gedachten verzonken weet ze dat het allemaal aaneengerijgde nonsens zijn. 

0-Nonsens-nonsens-nonsens-nonsens-nonsens-nonsens-nonsens-nonsens-slotje.

 Aaneengerijgd dus. 
“Voor elk ijdel woord dat gij spreekt, zult gij rekenschap moeten geven.”
Brengt me dit in de problemen, vraag ik me dan af? En waar is de lijn tussen nonsens, grapjes, gezever, sarcasme en ijdele woorden? 

Wat doe ik eraan als mijn hart enkel grapjes maakt om anderen zich veilig te doen voelen? En wat als de humor niet de grond, maar de lange tenen zou kunnen raken? Nam ik dan niet de tijd om te kijken of de ander grote voeten heeft? (neen, eigenlijk niet) En is de ander dan eigenlijk wel veilig onder mijn stroom van nonsens? 

 Luister, er zijn zoveel zaken waar we voor moeten opletten. Soms gewoon teveel … Beeld je in dat je een ordinaire dialoog voert: zit ik recht, of beter een beetje schuin, de schouders weg of toch begrijpend naar voren, geef ik de juiste signalen, vertel ik niet te veel en ook niet te weinig, genoeg articulatie, en vertelt mijn gezichtsexpressie niet zijn eigen verhaal?

en wat in verband met de ander, is dit echt, is het een spelletje, wat is het doel en wat wordt er tussen de lijnen verteld, veilig, onveilig, achtergrond, smaak, cultuur, of misschien het dilemma: is dit de persoon van naamkaartje vier of is er nog eentje blijven steken in de binnenzak? Ik heb er althans geen gekregen …

 

Mijn conclusie is: wanneer een mens begint te denken, dan volg je een gevaarlijk spoor. Tot hoever kun je vragen blijven stellen en wanneer is te veel, te veel. Is er een soort intelligentie-quotiënt voor het aantal vragen per seconde die in je hoofd dagen? En indien zo, zou AI het menselijk ras op dit vlak al ingehaald hebben? 

 I dare to question. What about you? 

 I’m an open book – but i remain a mystery (more about that later!)

  

Like a tree that’s planted by the waterside - we shall not be moved.   In sommige gevoelstoestanden is het niet altijd aangeraden om iemand zijn gedachten vrije gang te laten gaan. Althans bij mij niet!

Like a tree that’s planted by the waterside - we shall not be moved.

In sommige gevoelstoestanden is het niet altijd aangeraden om iemand zijn gedachten vrije gang te laten gaan. Althans bij mij niet!

Ik schrijf vaak over de momenten van impasses wanneer ik het schrijven even verleerd lijk te zijn. Het is steeds een beetje als thuiskomen na een hele poos op reis te zijn geweest. De triggers en de boosts van het alledaagse leven houden het schrijven op een klein kiertje, denk ik dan. Twee priemende ogen piepen door het sleutelgat en vragen zichzelf af wanneer bij mij de vraag daagt waar ze vandaan komen? 

 Bij deze: “Waar komen die vandaan? Wie is er achter de deur waar ik geen aandacht aan geef?”

 Hoeveel kansen mist een mens door op automatische piloot de volledige dagen te vullen met het moeten, willen en wensen van zijn eigen gedachten. 

 Tot zover de nonsens. 

 

Nu serieus. 

Mijn handen op de kin, hoofd ondersteunend, me afvragend waar ik uberhaupt serieus over zou kunnen schrijven. 

 Ik ben in een bodemloos gat gevallen, niet wetend wanneer de grond mij raakt. 

Ik ben ten hemel gevaren, niet wetend welke stormwinden mijn wangen zullen proberen te kussen. 

 Neen, NU serieus. 

Het zijn zo van die dagen waarin alles net iets heftiger tot een mens binnendringt. Je zou je eigen diepte willen beschermen, maar het lijkt alsof je opgevuld wordt met impressies die je niet eigen bent. Ze komen in en ze gaan weer weg. 

De ene keer sneller dan de andere. 

De ene keer zou je ze eruit willen stampen en de andere keer wil je ze koesteren en er de eeuwigheid mee delen. 

De ene keer is het een waar gevecht om je eigen plaats te behouden tussen alle gedachten van anderen, de andere keer lacht de leegte je grijnzend toe en wenste je dat iemand jou zijn gedacht cadeau zou doen. 

 “Het is ook nooit goed”, ik hoor het je al denken.
Inderdaad. 
Een mens is meestal een mengsel van zijn eigen en de ander. 
Een onbewoond eiland kan jou hiervan niet redden. (Mocht je al zover denken!!)
Neen. 
Een mens blijft een mengsel van zijn eigen en de ander. 
De strijd bestaat erin om het juiste percentage te bezitten op de juiste tijd, de juiste plaats en met de juiste persoon. 
Ik geef het grif toe, hierin moet ik echt nog groeien. 
Heel serieus. 

 Mocht ik nu een fotocollage kunnen maken van het aantal denkende posities, afgewisseld met mijn toetsende vingers, een kleine brochure zou al gauw gevuld zijn. 
Jij ziet het voor je. Ik doe het. 
Handen gekruist gevouwen voor mijn gezicht, ter hoogte van mijn mond en mijn neus. 
Of mijn hoofd links steunend op mijn handen. 
Of vingers priemend onderaan mijn vooruitgestoken kin. 
Of hoofd schuin naar rechts, smachtend naar de woorden die in mijn rechteroor gefluisterd zouden kunnen worden. 
Of mijn handen aan de slaap en masserend proberen in mijn hersenmassa binnen te dringen.
Je begrijpt, ook nu bij het beschrijven van deze poses is er een percentage jij en mij. 
Een realiteit. 

 Zelfs al zou ik schrijven en is het enkel de wind die mijn woorden leest. Dan nog, ja, dan nog, worden zij vermengd.
Alleen beseffen de meeste mensen dit niet. Waarschijnlijk hebben zij ook nog stilgestaan bij het vraag-antwoord quotiënt. 
Want op hoeveel vragen zou je eigenlijk een antwoord moeten krijgen, wil je gezond en wel je dagen slijten. Ik weet het niet. Het is een vraag. Ik wou dat ik het antwoord had. Maar ik heb het niet. 

 

Nonsens, zeg je. 
Ok, deze opmerking zet ik bij voorbaat op 10%.
De resterende 90% vul ik wel zelf op totdat ik het antwoord heb. 
Dan maakt het niet langer uit dat dit onverklaarbare nonsens zijn. 
Ik heb dan ten minste mijn antwoord. 

 Als je wilt, kan ik het dan wel vertellen.
Maar weet dat er dan een percentage van mij bij jou binnenkomt. 
Dat was al zo voordat ik jou het antwoord zou vertellen.
Ik zeg het alleen nog maar een keertje. 

 Een realiteit in serieuze nonsens. 


Life has so many of those sparkling moments that everyone would like to hold on to. It is the art to when it is time to let go, to continue to see its beauty and to cherish it for what it is: sparkling, though it only lasted a moment.

Thankful for all those moments …


OK? Alright - 13864

Ik wil niet vergaan in oudewijvenkoek. Wat dat ook mag zijn, ik wil er zeker niet in vergaan. Laat staan op verder gaan. Geen oudenwijvenkoek. 
Alright? 
OK

Ik wil niet opgaan in koude weemoed. Wat dat ook mag zijn, ik wil er niet in opgaan. Laten verstaan. Niet vergaan in koude weemoed. 
Alright? 
OK

De dagen luchtig nemen. Relativeren. Althans proberen. Verder gaan, wel te verstaan. 
Alright? 
OK

We hebben een compromis. Jij – jij. Ik – ik. Daartussen is er niets. Het bestaan is verdreven. Opgeheven. Verneveld.
Alright? 
OK

Als ik dit zo vanop een afstand bekijk, dan zie ik oudewijvenkoek in koude weemoed, luchtig geprobeerd, gerelativeerd. 

Met mijn handen onder mijn kin op de vensterbank zit ik naar buiten te staren (althans zo zie ik het voor mij) Dromend. Zoet.
Soms heb je de ander nodig, om de grappen te vertellen, om te kunnen schrijven zoals het moet.
Luchtig proberen te relativeren. 
Mijn ogen draaien. Ze denken twee keer na. Ze grappen en ze grollen. Voor de warmte dat in koude weemoed lijkt te stollen.
Ik heb honger: geef me alles, maar niet die leugenachtige oudewijvenkoek.  

Een compromis is een akkoord tussen ten minste twee personen. Het akkoord tussen persoon jij en jij. Ik lees de compromis na. Ondertussen is er niets. Het bestaan versleten. Vergeten. Verweten.
Ik houd het verleden voor bekeken.
Alright? 
OK

Geef me alles, maar niet die leugenachtige oudewijvenkoek, want ik verga ... 
Wat dat ook mag zijn … 
Stollende koude weemoed.


WAARSCHUWING!!
Na intern onderzoek en uit ervaring is gebleken dat dit hoofdstuk best niet luidop voorgelezen wordt aan -6 jarigen (liefst nog wat ouder zelfs) - omwille van het leggen van verkeerde verbanden.
— Voor meer info, contacteer de auteur - met dank!

Laat het zijn tot versterking van ons lichaam. In Jezus’naam. Amen - 13876

Laat het zijn tot versterking van ons lichaam. In Jezus’naam. Amen.
Gegiechel. Gegiechel. Mijn kind. Mijn kind. Giechel niet!
Maak grapjes, sarcastisch, cynisch, over the top, maar giechel niet!

“Mama, wat wil dat zeggen: ‘tot versterking van ons lichaam’” - gegiechel. Wie vindt het niet grappig?
God? Ja, ik dacht dat Hij mij al lang aan de kant had gezet omwille van mijn absurde, soms donkere humor.
Ik keek in het rond en dacht dat Zijn engelen van mij gevlucht waren en reeds lang overplaatsing aangevraagd hadden onder het motto: “Dit enfant terrible kunnen wij niet aan!!”
Maar daar zag ik hen staan … wat zeg ik, staan?? Ik zag ze rollen van plezier, bulderen, draaien in het rond alsof hun dimensie niet langer vat op hen had.
Daar sta ik dan rond te turen. In mijn eigen dimensie lijkt mijn humor eerder een opvolging van gebeurtenissen, het deuntje op de achtergrond: “k’zag twee beren … wonder … wonder … wonder … k’stond erbij en ik keek ernaar ...”

“Mama, gelooft die man in Jezus?” “Mama, gelooft die vrouw in de duivel?” “Mama, voordat ik geboren was, dan was ik al bij God, hé?” “Mama, hoe kun je nu in het graf liggen en ook in de hemel zijn?” “Mama, heeft Jezus dan veel pijn gehad?”
De vragen van mijn 5-jarige komen op mij af. Wat doe je dan? Antwoorden. Iets nuttigs proberen te zeggen … zoals: Later wordt het allemaal wel duidelijk, jongen.
Je vraagt je af of de jongen ook gewoon kind kan zijn? (dat mag, vragen mogen ten allen tijde gesteld worden!) Zoals: “Mama, waarom heb ik zo een dikke piemel en de andere jongens van de klas hebben dat niet?” Wat doe je dan? Antwoorden. Iets nuttigs proberen te zeggen … zoals: Later wordt het allemaal wel duidelijk, jongen.

Lol.
Hahahahahahahahahahhahahaha … mag het? Jaaaaaaaaaaaa!!!!!!
Lol.

Ja, hoor, voordat we eten, bidden we aan tafel. We zijn dankbaar dat we elke dag eten op ons bord hebben. Geen evidentie, zo heb ik het gezien.
Eerst zongen we steevast het simpele deuntje van: “DankU Jezus, voor het lekker eten! Aaaa-men, aaaa-men”
Nu is dit niet meer ingewikkeld genoeg en hebben we het onschuldig liedje veranderd in een een waaier aan woorden. Een echt gebed.
Voor de traditionele herkenbaarheid sluiten we af met: Laat het zijn tot versterking van ons lichaam.
Dat klinkt goed, vooral dan mét het gegiechel. Lol.

Jongen, neem het leven wat serieus. Je moet nog zoveel leren! Eet en groei. Vreet en bloei.
Zelfs alles wat niet past in jouw kraam,
laat het zijn tot versterking van jouw lichaam.
(en hart, hersenen en nieren)
Zoek God op al jouw wegen
dan zal Hij jou leren
dan zal je heel wat beleven
pijn en passie zullen op jouw hart wegen
jouw nieren zullen vierend leren
jouw hersenen een gigantische drukte beleven
je ziet, mijn jongen, steevast nood aan versterking van ons lichaam.
Giechel niet. Het is geen grap.
Gewoon een beetje grappig
wanneer je het wonder van de creatie
ziet.


13885 – Ghajommojanjégowja - begin van een nieuwe dag … 

“DAT HET ALLEMAAL MAAR BEST IS!!!”, riep ze zo luid als ze kon.
“Dat het allemaal maar best is!!” “Dat het allemaal maar best is!”
“Dat het allemaal maar best is,” echode het na … 

 “DAT WE ELKAAR NIET ZIEN!!”, riep ze net iets minder luid.
“Dat we elkaar niet zien!” “Dat we elkaar niet zien,” echode het na …

 De eerste woorden werden getypt, ze liep terug naar bed, in de hoop de slaap te kunnen vatten en morgen verder te kunnen schrijven, niets is minder waar, want het verhaal ontvouwt zich in haar hoofd, ze kan zich niet langer concentreren op het in slaap dommelen. 

De grinnik komt terug naar boven: “Ghajommojanjégowja” … Hoe lang was dat niet geleden dat ze aan het vroegere stopwoord van haar ex-schoonoma dacht. Stiekem hoorde ze weer haar ex die haar na-echode: “Ghajommojanjégowja.”
Het woord gezegd, wanneer niets anders wordt gezegd, alsof de stilte een besmettelijke ziekte zou zijn. Beiden grinnikten ze, hun gegiechel gevouwen in hun handen. Beiden betrapt. 

Zij werd betrapt bij het groeien van het verhaal in haar hart. Haar hoofd slaat tilt. 
“Waarover gaat het? Gaat het over onze buren? Gaat het over een omvergevallen muur?” Hahahahaha … Het is duidelijk dat het bij de buur in bed nog niet is verwerkt. Waar denkt een mens aan, net voor het slapen gaan?  

Ze begint terug opnieuw:
“DAT HET ALLEMAAL MAAR BEST IS!!!”, riep ze zo luid als ze kon.
“Dat het allemaal maar best is!!” “Dat het allemaal maar best is!”
“Dat het allemaal maar best is,” echode het na … 

“DAT WE ELKAAR NIET ZIEN!!”, riep ze net iets minder luid.
“Dat we elkaar niet zien!” “Dat we elkaar niet zien,” echode het na …

 Ze herinnert zich haar workout en de gedachten die afgegleden waren. Stiekem (of ja, toch niet zo stiekem) had ze zich gewaagd aan facebooknieuws. Wie zet er nu een foto van een halfnaakte strandman op facebook? 
“Doe het weg! Doe het weg!” Dankbaar dat het visioen nog niet op het glas van haar ogen is gekerfd. “Doe dat nooit meer!” 
Hahahahaha
Wat zouden de reacties zijn indien ze zelf in bikini op facebook zou verschijnen. Het zou niet mals zijn.
Neen, ooit is dat eens gebeurd (zonder haar toestemming – er was toen ook nog geen geüpdatete GDPR-wetgeving), nooit meer … De reacties waren niet mals …
Door dit te neer te schrijven, wist ze dat ze naakter dan ooit voor de spiegel stond, she couldn’t care less.
Hahahahaha
Maar ze wou eraan denken. Van waar die reactie?
Ongecensureerd denken. Hilarisch!
Heilig versus onheilig of menselijk versus onmenselijk?
Waarschijnlijk een beetje van beide.
Ze besefte dat deze het menselijke in haar naar boven haalde en dat het aanvoelt alsof ze haar heiligheid verlaat voor onheil. Niets is minder waar.

Ze leeft, ze roept het uit. “IK LEEF!!!”
“Ik leef!!” “Ik leef!” “Ik leef”
“Ik zoek het gieren en het verstommen. Ik zoek het tieren in het vertier. Ik zoek de lol op deze aardbol”
Hahahaha

“DE VREUGDE!!! IK ZOEK VREUGDE” 
“De vreugde!!” “De vreugde!” “De vreugde” … is zoek?
Ergens om de hoek, de dag waarop ze zich verheugde. 

“GHAJOMMOJANJEGOWJA!!!”
“Ghajommojanjégowja!!” “Ghajommojanjégowja!” 
“Ghajommojanjégowja”

 Ze zou jou wel eens dat woord willen horen echoën.