JAWEL - kortverhaal - 13100

“JAWEL!”, zei hij, “het prozastukje op een lyrisch moment komt er wel!” – rust – “Morgen maak ik mijn eerste zin officieel bekend.
- intermezzo
“Slaapzacht mijn schattebout”

De nacht daalt in en zo ook de gedachten. Het schrijfsel huilt en probeert zich een weg te banen in de gure, winderige nacht. Een aantal dagen was het zwoel warm. Een aantal dagen waren de temperaturen tot liefdeshoogten gestegen.
Niets is daarvan nog waar te nemen, dan de koeling van deze opzwepende weerschommelingen.

Op eenzelfde manier schoten haar gedachten vandaag alle richtingen uit. Het was niet te bevatten, in te tomen of tot rust te brengen.
Tot nu. Een kleine oase van een fata morgana, te midden van de snijdende zandstorm.

Daarop zat ze te wachten. Daarop zat ze te hopen.
“Tel je zegeningen”, zei hij … ze telt wel vaker. Hele rijen van cijfers, woorden, gedachten en verdriet. Ook zegeningen, althans deze die ze ziet.
“Wat als hij gelijk heeft?”
“Wat als zij zichzelf terug een aantal verkeerde dingen voorhoudt?”
"Wat als hij niet het volledige plaatje begrijpt”
“Wat als zij  gewoon te trots is?”
“Wat als hij de andere kant wil aantonen?”
“Wat als zij koppig blijft mokken?”
“Wat als Hij iets totaal anders wil zeggen?”

Ze liep toe naar de oase. Onder de palmboom dicht bij het water vond ze rust.
Effe alleen, … palmbladen tellen. Een overzichtje maken, een excelleke.
De schaduw strekte zich languit over haar. Vertederend veilig.
Hier kan je zijn. Hier mag je zijn.
Een moment om vast te houden, op te slaan en uit te putten, zonder dat het ooit ‘op’ raakt.
Zandprikkels kriebelen haar voeten. Zwijgend maakt ze omwentelingen met haar tenen. Diep in gedachten verzonken wordt de analyse opgeslagen. De cirkel van vicieuze diepe zandkringen wordt doorbroken door het planten van de hiel in het middelpunt.

Punt andere lijn.

 

2 are better than 1 - reference to my boyfriend whom i missed a lot.  Palmahim beach in Israel is so adorable, a beauty under the sun! Picture taken on my trip in may 2017. This picture made me think about the story above, written june 2017.

2 are better than 1 - reference to my boyfriend whom i missed a lot. Palmahim beach in Israel is so adorable, a beauty under the sun! Picture taken on my trip in may 2017.
This picture made me think about the story above, written june 2017.

Van hieraf neemt ze afscheid. Van hieraf moet ze gaan, misschien terug met vallen en opstaan. Het is nog nooit haar dood geweest. Hoe zou dit het later kunnen zijn?
Ze is niet bang voor nieuwe zegeningen, aangevuld met cijfers, woorden, gedachten en verdriet. Ze is alleen bang dat hij dit alles niet ziet.

Hij ligt uitgeput te ronken in bed. Windstoten suizen aan hem voorbij zonder dat hij er een hap van neemt. De stilte is bij hem ingedaald, de rust heeft zijn intrek genomen.
Zij kijkt nog eens om haar heen. Samen met het lyrisch moment werd de nacht tot stilte gedwongen.


JAWEL - kortverhaal deel II - 13101

“We gaan hier verder op borduren”, zei ze. overtuigd. een wilde keuze van haar gedachtegoed. Ze bespeelt de zinnen als het vraag en antwoord uit hooglied.

Zij roept, zij smeekt, zij smacht … hij antwoordt.

Zijn antwoorden zijn luid en duidelijk, zoals het een echte man betaamt. Eerlijk en levensecht.

MAAR hij is er. Vandaag ver weg, maar andere dagen soms dichterbij dan je zelf je hart kan voelen bonzen. Het zijne dan misschien? Het lijkt soms wel een versmelting. Bijna.

De ontdekkingstocht riep haar naam vandaag. Ze achtervolgde hem, eerst zuchtend, dan met verstomming geslagen zoekend. Is dit de weg? Is dit de hoop? Is dit de uitkomst?

“Van vragen stellen word je slim.” Dat werd haar altijd verteld en dat gelooft ze ook. Dus stelt ze vragen.
Heel vaak, heel veel, te vaak, te veel.
Slim moet je zijn om in het leven te slagen. Slim en vol wijsheid, om de zwaartekracht van het leven te kunnen dragen. Ze zucht en zwoegt en zoekt.

 

Net om de hoek vond ze een nieuwe palmboom.
Dit keer telt ze de blaadjes aan de blaadjes: Hij houdt van mij, … Hij houdt niet van mij, … Hij houdt van mij, … Hij houdt niet van mij, … enz.
enz.
enz.
enz.
nog steeds enz. Ondertussen dwalen haar gedachten af. Denkt ze aan hem. Stelt ze zich vragen. Waar is hij? Wat doet hij? Wat voelt hij? Wat beleeft hij? Wat denkt hij? enz.
kortstondig enz.
Denkt hij aan mij?


Na een ogenblik, een moment, een spanne, een poos, een tijd, een periode is de uitkomst gekend: Hij houdt van mij.
Eenvoud in eenvoudigheid.

 

 


JAWEL - kortverhaal deel III - 13131

Monsterlijke woorden en gedachten wisselen met liefdevolle overpeinzingen.
Willen aaien en willen kraken
Willen kozen en willen braken

De muggen zijn NIET welkom! Prikkend en vervelend.

Monsterlijke woorden en gedachten wisselen met liefdevolle overpeinzingen.
Willen aaien en willen kraken
Willen kozen en willen braken

De balans is ergens in het midden: een naakte oppervlakkige stilte.

twee harten samen - tezamen gebroken

Aanstekelijk pijnlijk. de stiltes. de weinige woorden. de ongesprokenen. de innerlijk en intern besproken gedachten.

Aanstekelijk pijnlijk. de stiltes.
Onvoorzien zijn ze gezien
gezegd en bezegeld.
gezien en doorgedreven.

Soms moet er zoveel gezegd, gezwegen en gezeverd worden.
Aan u om een keuze te maken.


Ze zou hem het ontbrekende deel toekennen. Hij had het nog niet door. Tot nu.

Het gekoesterd weten. Weten te koesteren. Koesterend weten.

Het absurdisme is geboren. Een woord door twee mensen gekend. Een nieuwe stroming, hoewel door de rest van de wereld niet bekend.
Absurd + isme = altijd een schot in de roos. Het omgekeerde woord voor kleurloos.
Hij beseft nog niet dat er zich een absurd gesprek heeft voorgedaan, een gesprek voordat dit alles was ontstaan.


God vroeg haar: “Wie wil je dat hij zal zijn in je leven? Wat wil je dat Ik hem zal laten doen?” Ze weet uit ervaring dat als de stem plotseling komt, dat je er niet omheen kunt. Er is een gesprek geboren en een antwoord kan niet op zich laten wachten. Toch weet ze dat ze niet impulsief mag denken. Ze weet dat ze de kreet uit haar hart moet volgen, iets dat er meestal al eeuwenlang geleden in geplant is geweest. Alleen liet de ontkieming op zich wachten. Tot nu.

Peinzend. Zo gaat dat nu eenmaal.
Het antwoord kwam in horten en stoten, alsof haar hart tot boksbal getransformeerd was.
(kiezen is altijd een beetje verliezen - noot van de schrijver)

“Ik wil dat hij me lief heeft”, terwijl ze verder dacht, “maar ik wil zijn hart niet breken.”
Neen, dat zou ze te pijnlijk vinden, dat wil ze dan weer niet. Dat laatste staat dan weer boven de eerste wens en doet deze bijna teniet.
Ze wil komen tot het compromis dat wanneer wegen ooit weer gaan scheiden dat ze weet,
dat ze weet
dat ze weet, dat ze weet, dat ze weet, dat ze weet, …
dat ze door hem gekoesterd is.
”Laat hem iets doen wat hij nog nooit voor iemand anders heeft gedaan en dit ook nooit meer voor iemand anders zal doen, dat ik weet, dat ik weet, dat ik weet … dat ik gekoesterd ben. Iets wat waarschijnlijk al van eeuwenlang in hem geplant is geweest. Iets wat wacht op de ontfluistering.”
Ze wil het horen en diep in zich opnemen. Op dat moment wil ze enkel het gefluister van de wind: “dat je geliefd bent, dat je gekoesterd bent.”

De menselijke tijd hier op aarde is als een zuchtje wind. De dagen schrijden langzaamaan voort, het mysterie zit hem erin dat het zo voorbij is als een kluchtje wind. Nog méér is het passeren van mensen in dit leven, voordat je het weet wordt het volgende hoofdstuk geschreven. Ze zijn er, maar ze zijn er niet meer. Je wilt vasthouden, maar als zand zijn ze tussen je vingers geglipt, vermengd met de massa daar beneden.

Zij beseft het wel. Ze weet het diep vanbinnen. Zij wil dat wanneer het koesteren van het kaf geschoren wordt, zij dit moment in eeuwigheid zal beminnen.


JAWEL - kortverhaal ontbrekend deel - 13739


JAWEL - de onbekende tuin - 13741

verboden toegang.jpg

Het zit hem hierin: zelden, zo niet, nog nooit tevoren slaagde iemand erin om haar hoge zelfgemaakte muren van cryptische woorden met zoveel gemak over te kruipen en redelijk ongekend haar tuin te verkennen. Enerzijds is ze dankbaar en blij met het bezoek. Anderzijds is deze bezoeker een complete vreemdeling. Vanop een afstand, haar hoofd steunend op de gepriemde hark in de grond, kijkt ze toe: eerst argwanend, getriggerd, geïnteresseerd en verlegen. Haar eigen verdediging verleerd.
”Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden” In haar veilige, ondoordringbare tuin, had zij dit al lang gedaan. Ze blijft kijken. Misschien moet ze hem een kopje thee aanbieden?
Ze staart verder, iedere beweging volgend. Ze weet ondertussen wel dat hij de bloemen in de tuin mooi vindt, dat hij verwonderd is van de plotse ontdekking van de tuin. Hij hoeft het niet te vertellen, ze ziet het in zijn ogen.
Dit verandert echter niets aan het feit dat zij deze bezoeker niet kent. Ze weet niet waar hij vandaan komt, wie hij is en hoe hij hier geraakt is. Blijft hij nog even of gaat hij straks verder wandelen?
Ze weet het niet. Ze weet het niet.

She thinks that her guarding angels have become gardening angels. She doesn’t mind.
She wonders where his garden is and if anyone ever visits there. She doesn’t know.


JAWEL - tussendoortje - 13763

Indien woorden konden spreken, huilen en krijsen … 
Indien tranen konden wegrennen, zich verstoppen of vaporiseren … indien
Indien het licht kon uitgeblazen worden. Indien de lont eruit getrokken kon worden …
Indien

Ze overdacht de laatste dagen, weken, maanden en vroeg zich af of ze een grote fout had begaan en indien zo, dewelke dat deze dan wel mocht zijn. Het één of het ander. Of geen één. Of allebei. 

De absurditeit van de gedachten, het spelen in de zandbak overgaand tot het afzien in de bergen. Chillen en geschild worden. Het kan allemaal. Allemaal op één dag. Ze zou willen vluchten in de verhalen, maar die hebben de benen genomen. Ze kijken niet achterom. Ze leven hun leven, scheren vooruit en merken niet dat ze hen wil inhalen. Het lukt haar niet. De achtervolging is tragisch en pijnlijk. Met elke stap heeft ze het gevoel dat ze het pad iets meer bijster wordt. 

Misschien moet ze even stoppen, kijken of er een kortere weg is. Misschien moet ze het slim spelen. Wie weet verhopen ze zich in het feit dat ze de moeite niet neemt om even stil te staan.
Ze had al zo vaak het gevoel gehad van stil te staan, van achteruit te gaan in plaats van vooruit. 

Wat is de weg die ze moet gaan? Wat is de weg die ze moet gaan? Wat is de weg die ze moet gaan?
– Iedere keer dat de vraag in haar hoofd opkomt, wil ze het luider en luider uitschreeuwen -  
WAT IS DE WEG DIE ZE MOET GAAN? (neen, dit is geen copy+paste – dit is letterlijk getypt en de vraag wordt steeds groter!!) 

Wat is de weg die ze moet gaan? (12)

Wat is de weg die ze moet gaan? (14)

Wat is de weg die ze moet gaan? (16)

Wat is de weg die ze moet gaan? (18)

Wat is de weg die ze moet gaan? (20)

Wat is de weg die ze moet gaan? (22)

Wat is de weg die ze moet gaan? (24)
Wat is de weg die ze moet gaan? (26)

Welke is het pad dat onder haar voeten blijft bestaan? 
(Cijfertjes zijn de verschillende font-groottes voor de geïnteresseerden - weliswaar in Word, lukt niet op deze website, lol - dan maar op deze manier … )

Ze hoort de voetstappen op en neer gaan. Haar wegen betredend. 
Ze zou het inderdaad daar ook eens over hebben. Haar eigen pad betreden. Haar eigen grenzen overschreden. 

Een vaak begane weg wandelt makkelijker, moet men misschien denken. Klopt. Dat geldt voor de twee richtingen. Jammer genoeg heeft ze zelf de grensposten van haar weg maar al te vaak overschreden. Wie weet dat het eventjes makkelijker voor haar zou zijn. Het tegendeel bleek waar te zijn. Ze was het moe om steeds nieuwe sporen in de grond te trekken om van de goed begane wegen te vluchten. Je wordt er creatief van. Klopt. Maar je wordt er ook moe van. 

Ze onderscheidt drie categorieën. 1. Degene die haar wegen bewandeld hebben, zonder enige vorm van schroom of schaamte, over de grensposten heen. 2. Degene die toekijkend langs de weg becommentariëren en niet begrepen dat ze zelf vaak over de grensposten heen ging, meestal om te vluchten uit haar eigen land. 3. De derde categorie deed het allebei.
Ze zien het niet, ze weten het niet, het interesseert hen niet. 
Ze leeft in de hoop van een vierde categorie, bewust verlegen en ver afgelegen. 

In haar eigen tuin, leeft ze teruggetrokken.
Haar enige veiligheid om de harde, wrede wereld te kunnen aaien.
Ergens beseft ze wel dat dit niet kan blijven duren.
Ergens weet ze wel dat haar eigen opgesloten wereld haar niet langer kan paaien.
Ze zal eruit (moeten) komen.
Bibberende benen en schokkende knieën zullen haar metgezel zijn.
Ze weet dat ze daarbuiten zo neergeschoten kan worden, pijlen haar kunnen doorboren.
Ze weet dat er oorlog woedt en wreedheid heerst in aanschijn.
Ze weet dat ze die weg moet gaan, de overkant komt naar voren. 

Onaaneenhangende woorden. Gevluchte verhalen. Waar zijn jullie gebleven? Bij welke bergpas kan ik jullie inhalen? 

Laat me gaan, laat me gaan, laat me gaan…


JAWEL - Ik schrijf een verlangen, een hoop, een zijn – 13781

Je schrijft het nu, en wel nu meteen. Je wacht niet langer. Je schrijft, je schrijft, je schrijft, tot je woorden zijn, zijn, zijn … 

Heb 11:1 Now faith is the substance of things hoped for, the evidence of things not seen.

 Ze wist het wel al langer dat haar geschreven woorden een eigen leven zouden beginnen leiden. Ze wist dat ze hun interpretatie soms maar later zouden vinden. Ze schreef. Ze schrijft. Ze zal schrijven. De dagen vooruit, erop en voorbij.  

Ze schrijft een verlangen, een hoop, een zijn.  De dagen van het noeste, woeste werken voorbij. De glimlach herboren, het verleden verloren.  

Ze zei het verleden gisteren voorbij. Het werd uitgespogen, de wraak en het oordeel haar leven achtervolgd. Ze beseft het nog niet goed. Ze zei het vaarwel en begroet het nieuwe leven. Het in werkelijkheid brengen van het schrijven. De woorden als dagen na elkaar gepind.

De pijn van het verleden en de uitkomst ervan in het heden verwelken als lentebloesems in de wind. Ze zwaait ze weg en kijkt reikhalzend uit naar de vrucht. Dit alles heeft zijn reden gehad. Daar bouwt ze op voort. Daar haalt ze haar energie uit om verder te gaan. 

ik-schrijf-een-verlangen.jpg

Ze zou het in de bekendheid brengen, gemummificeerd. Verpakt in gouden linten. Een cadeau voor zij die het willen zien. Weinige ogen zijn geopend.
Soms sluit God de ogen even, soms ook voor langer. Soms doet Hij verdwijnen. Het is allemaal in Zijn handen. Hij weet het wel. 
Enerzijds bouwt ze af. Wat geweest is, is geweest en heeft niet langer potentieel om te groeien. Ze doet wat ze moet doen en dat wil ze goed doen. Soms doet Hij verdwijnen. Het is allemaal in Zijn handen. Hij weet het wel. 
Anderzijds kan ze niet anders dan de nieuwe zaken omarmen, in haar armen gesmeten, reikhalzend. Het is allemaal in Zijn handen. Hij weet het wel. 
Het evenwicht tussen deze beiden is soms ver te zoeken, al dansend op een smal koord boven een ravijn. Zo ziet het er vanuit haar eigen ogen uit. Hij ziet de engelen die klaarstaan om haar op te vangen. Hij weet het wel. 

Het was een vrij absurde dag vandaag. Hij zal de geschiedenis ingaan als het evenwicht tussen verachting en liefkozing, als het aanvaarden en het verliezen, als het weten en vergeten. 
Als het zoeken en het vinden. 

Doe weg, Here, zover het oosten is van het westen, de zaken die U niet lieflijk zijn. Laat enkel overblijven wat U geplant hebt in het hart. Laat het spruiten en groeien, laat het schitteren en openbloeien. Laat het zijn, laat het zijn, … zoals het altijd al moest zijn. 

Ze gelooft, dat ze zal krijgen wat er gehoopt is, de zaken die ze al tevoren door Zijn ogen heeft gezien, de zaken haar eens beloofd. Ze schrijft het gewoon nog een keertje in deze werkelijkheid. 

“Ik schrijf een verlangen, een hoop, een zijn!”


Something deep is urging in me, it moves around like an all consuming fire of love, melting in a status of rest and peace. Even though i sometimes would want to run away from it, it will haunt me and keep me tight, knowing that i am Yours forever.


-fin d’histoire-