Om eerlijk te zijn, het is een strijd tussen eerlijkheid en oneerlijkheid - 13738

Om eerlijk te zijn, het is een strijd tussen eerlijkheid en oneerlijkheid. Eerlijk tegenover mijzelf, mijn man, mijn kind, mijn familie, mijn vrienden, mijn kennissen, mijn gelinkten en de rest van de wereld. Ik kijk vanuit mijn eigen standpunt, zoals nagenoeg iedereen wel stiekem doet en daarenboven vergeten we gewoon dat de ander dit ook voortdurend doet. 

 

Maar wie oordeelt er? 
Ik oordeel mezelf: ben ik eerlijk of oneerlijk?
Mijn man oordeelt mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk?
Mijn kind oordeelt mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk?
Mijn familie oordeelt mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk? 
Mijn vrienden oordelen mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk?
Mijn kennissen oordelen mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk? 
Mijn gelinkten oordelen mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk? 
De rest van de wereld oordeelt mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk? 
Het systeem oordeelt mezelf: is ze eerlijk of oneerlijk? 

Goed … Dit is 1 persoon in de ganse wereld tussen ongeveer 7.000.000.000 personen. We gaan naar de volgende mens: mijn man. 
Ik oordeel mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Mijn man oordeelt zichzelf: is hij eerlijk of oneerlijk?
Mijn kind oordeelt mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn familie oordeelt mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn vrienden oordelen mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn kennissen oordelen mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn gelinkten oordelen mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
De rest van de wereld oordeelt mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk?
Het systeem oordeelt mijn man: is hij eerlijk of oneerlijk? 

Je begrijpt waar ik naartoe wil? Nog niet? Ok, nog eentje …
Ik oordeel mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Mijn man oordeelt mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Mijn kind oordeelt zichzelf: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn familie oordeelt mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn vrienden oordelen mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn kennissen oordelen mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Zijn gelinkten oordelen mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
De rest van de wereld oordeelt mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk?
Het systeem oordeelt mijn kind: is hij eerlijk of oneerlijk? 

 - Gelukkig dat vandaag zoiets bestaat als copy-paste – dit geheel terzijde of toch niet helemaal … want ook dit is in se een oordeel - 

Je begrijpt dat bovenste redenering perfect voor jouwzelf in te vullen is. (ga je gang)

 Ondertussen hebben we ook alle vervoegingen van het Nederlandse werkwoord ‘oordelen’ gehad.
— TVS - taalkundig verantwoord schrijven

Zelfs in deze context, begint de redenering wederom bij mezelf en breidt de visie open als een steen geworpen in stille waters. De relatiekringen verbreden zich op het water, totdat ze terug verdwijnen in het egale oppervlak.

ECHTER: Het wordt nooit stil! Stenen worden in de bodemloze zee gekatapulteerd aan een grotere snelheid dan het licht. Maar:

– wie zonder zonde is, werpe de eerste steen? - 

“Oordeelt niet! Opdat gij niet geoordeeld wordt,” leerde ik sinds jongs af aan … u begrijpt in een systeem als bovenstaande: moeilijk! Maar ook het besef dat dit moeilijk is, is wederom een oordeel.  

Ja, … ik ga terug naar het begin. We zijn omgeven door oordelen en te midden van dit zijn, zouden we het eigenlijk niet meer mogen doen. 

Wordt vernieuwd in uw denken … 

ECHTER: Ik heet dit niet vernieuwen. Dit is voor mij een tabula rasa van het gekende en een zwiep naar het ongekende. Maar ook dit is wederom een oordeel.

Ik vraag het met vaak af: ben ik eerlijk of oneerlijk? Doe ik goed of fout? En ik bekijk het door mijn eigen ogen. De situatie wordt voor mij geschetst. Het eerste moment zie ik de ene facet van de situatie. Indien ik al tot het punt van erkenning kom dat ik aan het oordelen ben, zoek ik alle andere gesneden facetten van de eens zo ruwe diamant. 

Anekdote:

In het verleden streed ik met een bepaalde situatie. Gebeurt wel vaker. 
Ik oordeelde mezelf of ik in die situatie goed of kwaad deed, want ik begreep niet wat er gebeurde. Ook dat gebeurt wel vaker. 

 Ik zie me nog een bepaalde straat in Kortrijk dwarsen, koud en guur weer buiten. Dat is wat ik me herinner, vermengd met mijn gevoelens van dat gegeven moment. Denkend aan die situatie begreep ik het plots, (aha-erlebnis?) en mijn oordeel werd gevormd. Ik -rustig- als een pak dat van me afviel. -oordeelt niet-
Een beetje later, de straten van Kortrijk struinend, in gedachten verzonken en terugdenkend aan diezelfde situatie. Een ander facet van de situatie licht zich op. Ik zwaar bedenkend, hoe kon ik dat over het hoofd gezien hebben? Een nieuw, dubbelfacettig oordeel werd gevormd. –oordeelt niet-
Nog een beetje later, terug door de straten van Kortrijk mijmerend, in gedachten verzonken en terugdenkend aan diezelfde tweefacettige situatie. Er licht zich wederom een ander facet van de situatie zich op. Ik zwaar bedenkend, hoe kon ik dat over het hoofd gezien hebben? Een nieuw, trifacettig oordeel werd gevormd. -oordeelt niet-
Nog een beetje later, terug door de straten van Kortrijk … -oordeelt niet– 

Dit ging zo door, totdat ik eindelijk besefte dat ik eigenlijk door mijn eigen ogen nooit het volledige plaatje kon bezien. 

Ik kan het niet, jij kunt het niet … 

Wat gebeurt er hier? Wordt er hier geoordeeld?   Kind of feel this way … a nerdy duck!!!

Wat gebeurt er hier? Wordt er hier geoordeeld?

Kind of feel this way … a nerdy duck!!!

MAAR OP basis VAN DEZE OORDELEN worden mensen vermoord, verkettterd en verzwegen.

Ben ik eerlijk of oneerlijk? Ik weet het niet? Wie kan de dieptes des mensen peilen? Wie kent mijn hart beter dan mezelf? Wie heeft het recht tot uitspraak? 

Ben ik eerlijk of oneerlijk? Doe ik goed of fout? 
Wie zal het mij vertellen? Wie mag het mij vertellen? 

 “Indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit, het is beter met 1 oog in het koninkrijk der hemelen te arriveren dan met twee ogen in de hel geworpen te worden.” – ongeveer geciteerd – Het vers komt bij me opdagen. 

Indien JE oog oordeelt, ruk het uit, …

ruk de gedachte uit!!!

Ruk het uit!!!! Ruk het uit! Ruk het uit!

  •  Ik spreek tot mezelf! Indien je jezelf aangesproken voelt, zeg hetzelfde!!

  • allen tezamen nu:

  • Ruk het uit, ruk het uit, ruk het uit … !!!!

Als een arend zou ik de aarde willen afschuimen, zien wat er werkelijk gebeurt, begrijpen vanuit een vollediger perspectief wat er zich op deze planeet afspeelt.
Maar ook dan, zou ik enkel kunnen zien wat ik zie, wederom door mijn eigen ogen, op die eigenste plaats, op dat eigenste moment.
Je begrijpt, ook hier schiet ik tekort in mijn oordeel. Ook hier schiet mijn man, mijn kind, mijn familie, mijn vrienden, mijn kennissen, mijn gelinkten en de ganse wereld tekort.
Ook hier moet ik zeggen:

Indien JE oog oordeelt, ruk het uit, …

ruk de gedachte uit!!!

Ruk het uit!!!! Ruk het uit! Ruk het uit!

  •  Ik spreek tot mezelf! Indien je jezelf aangesproken voelt, zeg hetzelfde!!

  • allen tezamen nu:

  • Ruk het uit, ruk het uit, ruk het uit … !!!!

Wie zal het mij vertellen? Wie mag het mij vertellen? Al ging ik op tot in de 7de hemel, mijn eigen zijn en kunnen, schieten mij tekort.  

 

I need to see through the eyes of God to understand what it’s all meant to be. 
Imagine there is no God, how verily blind we would be. 
Imagine there is no God, how painfully stupid this all would be. 
Imagine there is no God, how could we ever understand what we see?

 

Om eerlijk te zijn, het is een strijd tussen eerlijkheid en oneerlijkheid. 


Samen complementair eerlijk zijn - 13740 - personal message


Om eerlijk te zijn - II - 13747

Part I

De woorden stomen door mijn hoofd, ze razen en gaan wild te keer, nog voor ik de tijd heb ze op te schrijven, leiden ze hun eigen leven, vallen van de ene uiterste gedachte in de andere, ze gaan te snel, ik kan ze niet vatten, noch ze even vastankeren om hun bestaan een leven te geven, ze razen, ze maken me kwaad, of beter, ze uiten de boosheid die op uitbarsten staat. 

Het punt waarop je beseft dat het eigenlijk al te laat is om te vluchten, is bereikt. Het is enkel nog wachten op het vallen van de kolkende lava over je heen, hopen dat je het overleeft en achteraf het stof van je voeten schudt. 

Even een paar van hen hier neertypen, zorgt dat alles weer overdacht en gerelativeerd wordt. Voor me uit turend, alsof de woorden in mijn hoofd het schrijven niet waardig zijn. Alsof ze vluchten om het oppervlak nooit te bereiken en te verdrinken in de eeuwige stilte. 

 Ik schrijf dan maar in de verleden tijd. Ik was boos, onbehulpzaam boos. 
–     de rijst bakt aan – meteen terug - … of niet. 

13748

Part II

Soms moet je het gewoon niet hebben dat een kolkende mening over je uitgestort wordt. Soms wil je gewoon even alleen zijn met je gedachten en deze via vluchtwegen een plek geven waar ze thuis horen. 

Het maakt me rusteloos, beseffend dat ikzelf zó al enkelen de onrust injoeg. 
Het geeft me diep verdriet, beseffend dat ikzelf zó al velen tranen liet rollen.
Het maakt me kwaad, beseffend dat ikzelf zó al enkelen met kwaadheid lamsloeg.
Het geeft me het gevoel van schuld, beseffend dat ikzelf zó al velen met schuldgevoelens liet hollen. 

Bij het horen van de verwijten in mijn hoofd, komt de counter steevast om de hoek spieken om mijn eigen hart te onderzoeken. Het verwijt dat je een ander maakt, is een verwijt dat je steevast jezelf mag maken. Het maakt een mens hulpeloos bozer. 

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.
In het laatst der dagen zal de liefde verkillen. 
Wat is zonde? 
Wat is liefde?
Verkilde stenen gebracht als verwerpelijke liefde?
Versteende zonde in de dagdagelijkse liefde? 

 Zonde is gewoon de afwezigheid van de pure, eerlijke LIEFDE. 

 Ik moet het een plaatsje geven. Het ene al sneller dan het andere. Stomende woorden vervagen in de avondkoelte. Razende woorden vinden thuis hun rust. 

Waarschijnlijk is het beter dat bepaalde gedachten verzonken blijven in de onbekende schatten van de levenszee. Laat ze voer zijn voor de schoonheid van de levenscyclus, om ooit op een andere manier op mijn bord terecht te komen.
Laat ze zijn. Laat ze zijn … 
Als spaghettislierten zo fijn …

 


Vestingen-ieper.jpg

Memory of the falling sky

Ramparts Ypres

Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? - 13751

Als ik Nu iets voor je zou kunnen doen, wat zou dat zijn? 
Ik keek vreemd op, alsof ik ‘het ergens weemoedige gezicht’ van ver kon spotten. Onmogelijk. De teneur van het gesprek was veranderd. Er was een trekken en duwen, een vasthouden en loslaten. En dan kreeg ik deze vraag.  

Ergens aan de achterkant van mijn bewustzijn, bleef het plakken. Ergens had ik het herkend. Ergens was er een link met het bekende. Ergens was het niet langer ongekend.  

En Jezus antwoordende, zeide tot hem: “Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: “Rabboni! Dat ik ziende mag worden!”
— Marcus 10:51

De blinde was vrij om te kiezen wat hij wou … 

Je hoeft het maar te zeggen, hoor. Je hoeft het maar te vragen. 
Ik durf dat niet. Te lang gingen mijn gebeden naar omhoog: “Laat me zien, open mijn ogen” om tegen het glazen plafond af te ketsen, vervolgens de grond te raken en zo pijlsnel in mijn hart te belanden. Ik ben een mens. Ik ben menselijk.

Ik wil zien, ik wil Jou/jou zien. Ik wil horen, ik wil Jou/jou horen. 
Ik heb geen antwoord gegeven. Ergens dacht ik dat het antwoord al was gekend.  

 

De gelijkenissen zijn soms te frappant, alsof ze pijnlijk voor deze tijd opzij werden gezet. Tijdens de nacht dat de winter in de lente overgaat, ontbotten de knoppen en knokken de botten. Het is 00:00. De winter lijkt te zijn bevroren. Maar de lente is geboren. Laten we dromen. Wat gaat er komen? 

Ik zie wel al langer, al zie ik niet genoeg. Ik hoor wel al langer, al hoor ik niet genoeg. 
Ik moet geloven in wat ik reeds zag. Ik moet geloven in wat ik reeds hoorde. 
De natuur heeft haar kracht weer doen ontspruiten. In de nacht waarop de lente ontluikte. 

Verlies je niet in mijn verhalen, lieverd, verdrink niet in mijn vertelsels. Laten we onze werkelijkheid niet uit het oog verliezen. Eén ding blijft onveranderd. De lente begint vanaf nu op 20 maart. 


BEHOED MIJ ERVOOR – 13884

 Zijn diep bruine indringende ogen zeiden met liefdevolle stem: “Vanaf dat we geboren worden is ons leven een wandel naar genezing met GOD.” (Vrij geciteerd) Zij voegde toe: “Ja, het zoeken naar één worden met HEM.”

Hierover waren ze het eens. 
Er waren wel meerdere zaken waarover ze het eens waren … 
Hoe fijn het was om elkaar terug te zien. Hoe het leven ondertussen gekronkeld had in alle richtingen. Hoe timing geen toeval kent. Hoe alles in Zijn handen is. Maar vooral, hoe fijn het was om elkaar terug te zien. 

Weinigen weten en hebben geweten. Weinigen zullen zien en hebben gezien. Weinigen hebben zo diep gevoeld als zij hebben gevoeld. De diepte der kwetsbaarheid. Ook hierover waren ze het eens. 

Ze dacht eraan terug terwijl de nachtelijke uren voorbij galoppeerden. 
Hoewel rust en vrede diep in haar wortels kregen, werden ondertussen enkele takken met vrucht van haar boomstam gerukt. Gesneden en gekerfd werd er in de dikke schors die haar jaarringen beschermden. Ze keek toe en kon geen stap verroeren, de wortels hielden haar stevig vast. Ze liet het dus maar gebeuren, beseffend dat ze sterk genoeg zou zijn ook dit te overleven. De overige takken huilend wiegend in de wind. 
Behoed mij voor de nacht die bloedt.

Behoed mij ervoor in stille waters stormen op te wekken.
Behoed mij ervoor in de spiegel een monster te ontdekken.
Behoed mij ervoor woorden in het merg te kerven. 
Behoed mij ervoor het kind vruchteloos te laten sterven.
Behoed mij ervoor de pijn door het papier te drukken. 
Behoed mij ervoor de takken van hun bomen te rukken. 

Ze kende ondertussen al het reilen en het zeilen van het rukken en de wil doordrukken. Het oordelen gaat vervelen, verder leven, zichzelf in de wonden vreten en uiteindelijk het vlees verteren. Een onschuldige mening werd gegeven. 
Ze kende ondertussen al het koken en het afroken van het in de wonden te kerven en als gevolg beetje per beetje te sterven.
Ze kende ondertussen al het wekken en het ontdekken van de monsters in stille waters.
Behoed mij ervoor.
Het monsterlijk oordeel leeft, vreet en verteert.
Behoed mij ervoor. 

Ze hadden allen een kostbare weg afgelegd, waarom zouden we oordelen?
Kunnen jaren, maanden, dagen, uren van afwezigheid ook maar iets vertellen over de zoektocht die ondertussen werd afgelegd? Over de gedachten en de inwerkende krachten? Over het waaien en het loeien van de wind in de takken? Over het groeien en het bloeien van de tijd in afwezigheid? Over de pijn van het zijn, de wandel naar het één zijn?
Waarom zouden we oordelen? Behoed mij ervoor.
Genees mij. 


“Ga weg van mij, Ik ken u niet” - 13886

Ik zie, Ik zie, wat gij niet ziet. De verloren gewaande tranen, het zuchten en de vergeten verhalen. Ik zie, Ik zie, wat gij niet ziet. 
Kom, zie en kijk mee. De verloren gewaande verhalen, het zuchten en de vergeten tranen. Kom, zie en kijk mee. 
Ik zie, Ik zie, wat gij niet ziet. De verloren gewaande tranen, het zuchten en de vergeten verhalen. Ik zie, Ik zie, wat gij niet ziet. 
Ga weg van mij, Ik ken u niet!

Deze woorden wilt gij niet te horen krijgen, wanneer gij denkt dat uw leven praalt en pracht. Deze woorden wilt gij niet te horen krijgen, wanneer gij denkt, ik heb het volbracht. 
Meent niet, dat gij het beter weet, dan Hij die ziet, de verloren gewaande tranen, het zuchten en de vergeten verhalen, Hij, die lacht om de menswijselijke pracht, maar zelf alles heeft volbracht. 
Hebben wij Uw naam niet gelezen en gezien, verkondigd in praal en pracht? Hij ziet het zuchten van de vergeten verhalen. 
Wie zijn de verloren gewaande tranen? Wie aan de minste van Mijn broeders, Mijn werk heeft volbracht.
Wie zijn het zuchten en de vergeten verhalen? Wie aan de minste van Mijn zusters, vrijlijk gegeven praal en pracht. 
Ga weg van mij, Ik ken u niet, want Ik zie, Ik zie, wat gij niet ziet. 

Zoekt en gij zult vinden, het ware leven in het beminnen, van de verloren gewaande verhalen, het zuchten en de vergeten tranen. Laat uw hart in menswijselijke praal, niet verkillen.